Meisjes zijn het, verkleedt als vrouwen. Nog lang niet klaar met het meisjes zijn, al vinden ze zelf van wel. Opgedoft, sexy, of iets wat daarvoor door moet gaan. Iets te kort, iets te strak, iets te bloot, iets te ordinair.
Één van de drie is een beetje ongemakkelijk, zit te draaien op het ongemakkelijke bankje van de Amsterdamse metro. “Ik ga er uit hoor als ik bij mijn halte ben!” Zegt ze voor de tweede keer, ongemakkelijk door de plotselinge aanwezigheid van de drie populaire jongens, verkleedt als mannen, ogenschijnlijk klaar om ook daadwerkelijk mannen te worden vanavond. Ze hebben alle drie al een slachtoffer uitgekozen. Dit valt af te lezen aan de manier waarop ze zijn gaan zitten en ze hun aandacht allemaal op een ander meisje richten.
De meisjes proberen het te negeren op een manier waarbij ze nog net genoeg glimlachen om te laten blijken dat ze wel degelijk gevleid zijn door de intense en wat onbeholpen aandacht.
Op haar na. Ze is met grote voorsprong de slankste van het stel en dat zegt veel meer over de anderen, ze is blonderig met een schattig staartje. Verder heeft ze van het drietal het meest haar best gedaan om er een beetje uit te zien als haar leeftijd; 16+. Dit heeft mede, en vooral, te maken met haar make-up die lang niet zo uitgesproken uitnodigend is als die van haar vriendinnetjes.
Niet geheel toevallig (denk ik) heeft ook de minst stoere van de jongens haar uitgezocht. Of beter: Is tot haar veroordeeld omdat hij het minst assertief was in het benaderen. Hij kijkt haar onderzoekend aan en is blij met wat hij ziet. Hij glimlacht naar haar en probeert iets te zeggen. Ze negeert hem half en wendt zich tot de groep: “ik ga dus echt de volgende halte er uit. Ik ga niet zomaar mee met een paar gasten die we net hebben ontmoet, toch?”zegt ze bijna verontschuldigend. “Zo leuk zijn ook weer niet,” knipoogt ze naar het sulletje.
Ze wil opstaan om uit te stappen. Haar vriendin probeert haar tegen te houden, die kan ze nog wel aan en ze staat op. Ze doet een stap richting de deur, de metro komt tot stilstand, één van de stoerdere jongens houdt haar tegen en zegt dat ze lekker moet blijven want het wordt gezellig. Hij houdt haar vast, ze lacht wat en wil doorlopen. Hij laat niet los.
Ding dong. De metro deuren sluiten weer. Hij lacht en duwt haar zacht maar onherroepelijk weer terug in het oncomfortabele bankje. Haar vriendinnen giechelen opgelucht. De suffige jongen wordt boos. Op zijn vriend. De volgende halte nadert, ze staat weer op, hij maakt ruim baan, zorgt dat ze kan op staan en naar de deur kan lopen. Het meisje lacht, ondeugend.
“Ping?” vraagt de jongen verlegen grijnzend.
Ze geeft hem een zoen op zijn mond,doet een briefje in zijn kontzak. Ding Dong, de deuren sluiten zich, vlak achter haar. Ze kijkt half om. Knipoogt. Zijn glimlach gaat van oor tot oor. Gejoel van zijn vrienden. Even.
Er is werk aan de winkel.
Posts tonen met het label pubers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pubers. Alle posts tonen
donderdag 8 december 2011
donderdag 23 juni 2011
lopen naar de zon
Ze kijkt naar buiten als ik de coupé binnenstap. Een meisje van, pak ‘m beet, 17 jaar. Peper en zout kleurig lang haar, diadeem, spijkerjasje en een bloemetjesjurk. Net boven haar laarzen steken geruite sokken uit. Ze lijkt zo uit de laatste H&M folder gestapt. Eén van de hakken van haar cowboy laarzen zit een beetje los, de neuzen zijn versleten. Ze houdt haar telefoon in haar handen geklemd die in haar schoot rusten. De knieën tegen elkaar aan de voeten iets uit elkaar, de armen gestrekt. Ze leunt een beetje tegen het raam. Je zou er een vrolijk gezichtje bij verwachten, helaas.
Ik ga tegenover haar zitten.
De avond was al bezig terrein te winnen van de dag. De zon probeerde het afscheid te verzachten door haar laatste zonnestralen te gebruiken om de laaghangende bewolking felrood en roze te kleuren. Over de weilanden tussen Amsterdam en Haarlem had het licht vrij spel en de beweging van de trein gaf het geheel een onwerkelijk en dromerig karakter. Mijn medereiziger had nog niet bewogen, ze keek naar buiten. Ik had niet het idee dat ze iets van het kleurenwonder meekreeg. Ze staarde naar één plek in het raam, precies naar de sticker waarop staat dat je niets naar buiten mag gooien en ook niet uit het raam mag hangen. Betutteling. De aders op haar slanke handen waren opgezwollen van het krampachtig vasthouden van de telefoon. Er zat haar iets dwars, ik keek naar buiten naar de prachtige luchten en kleuren en in de reflectie van het raam zag ik vaag haar treurig starende onschuldige gezicht.
Mijn vader, bedacht ik ineens, zou gevraagd hebben “of er wat scheelde meisje?” Waarschijnlijk zou ze dan verteld hebben wat haar dwars zat. Zo’n man was ie . Ze zou vertellen dat ze op weg was naar het strand, om daar een wandeling te maken, een wandeling tot aan de zon. Ze vertelt:
“De populaire meiden in mijn klas lopen heel vaak met elkaar te smoezen, natuurlijk praten ze dan over mij. Dat voel je toch? En dan heb je ook nog die nieuwe leraar van Nederlands, die geeft mij altijd complimentjes en hij gebruikt bijna altijd mijn opstel als voorbeeld. Om de rest te laten zien hoe het moet. Te genant!”
“Iedereen denkt natuurlijk dat ik zijn lievelingetje ben of dat ik het met hem doe ofzo. Pfff, eikels. Dat is vast ook de reden dat die leuke jongen uit de andere klas niet naar me kijkt, dat hij zijn hoofd wegdraait als ik langsloop. De reden dat hij alleen maar staat te lachen met zijn vrienden als ik zijn aandacht probeer te trekken. “ Verzucht ze.
Papa zou begrijpend knikken en vragen of het thuis wel gezellig was.
“Thuis vraagt u? ach, daar zijn ze me ook liever kwijt dan rijk. Ze zijn al jaren geleden opgehouden met de schijn hoog te houden dat ze het gezellig hebben. Ik loop ze in de weg. Nee meneer dat valt niet mee………………. Mama vraagt me regelmatig wanneer ik van plan ben uit huis te gaan. Wanneer ik ze hun vrijheid eens gun………….. Daar wil ik ook niet meer heen.” Zegt ze zacht, door een in haar mondhoek gerolde traan heen.
“Dus Zandvoort it is!” zegt ze vast beraden. “ Eenmaal daar zijn ze allemaal van me af. Dan hebben ze op school tenminste echt iets om over te kletsen en kunnen de jongens om me lachen zonder dat ik het in de gaten heb. Dan kunnen de leraren eens iemand anders z’n opstel als voorbeeld nemen.”
“Dat opstel zal dan waarschijnlijk wel over mij gaan. Dat doen ze altijd, opstellen laten schrijven over recente gebeurtenissen.”
In Haarlem sta ik op, stap uit. Ik ben mijn vader niet. Als de trein wegrijdt zie ik haar zitten, starend naar buiten, schuin naar boven, ze glimlacht. De trein brengt haar naar de zee, de zon tegemoet.
Abonneren op:
Posts (Atom)