Hij staat met zijn hoofd in zijn nek het puntje van de kerktoren te bekijken. Het is bijna nacht en de toren is prachtig verlicht. Door het licht zie je duidelijk dat het sneeuwt en het schouwspel kan als mysterieus worden omschreven.
De oude man staakt zijn getuur en mompelt dat ze verder gaan lopen. Hij pakt de rolstoel vast, draait deze de goede richting op en loopt over de Grote markt richting stadhuis. De man ziet er moe en onverzorgd uit, zijn kleding is ongewassen en zijn vlassige grijze baard staat al een paar dagen. Hij sloft achter de rolstoel aan alsof hij er liever zelf in zou zitten.
Hij strompelt langs de grote kerstboom die op het plein staat. "De boom staat er ook weer, Sinterklaas is koud het land uit en ze zijn alweer begonnen met de kerst. Het is wel een mooie dit jaar, veel mooier dan die van vorig jaar, zie je?" En hij richt de rolstoel richting de kerstboom om er even naar te kijken.
Na een paar tellen loopt hij weer verder. Zijn kleding is wat ongewassen maar van goede snit, verder oogt hij wat afwezig maar totaal niet dronken. Met zijn onderarmen leunend op de handvatten van de rolstoel rolt hij een shagje. "ja ja, ik weet het. Je gaat er dood van." Hij jaagt vuur in de sigaret en inhaleert diep. "ahhhh…. maar het is wel erg lekker!" mompelt hij tijdens het uitblazen van de rook.
Met het shagje in zijn linker mondhoek draait hij de rolstoel om en loopt verder over het plein. Een jonge knul op een fiets schiet rakelings langs hem. "Kijk uit je doppen ouwe!" Roept hij boos naar de oude man met de rolstoel. Die blijft verschrikt staan en vraagt zich af wat er zojuist gebeurde. "Het moet toch niet gekker worden hè?" Roept hij een beetje bozig. Zijn oude lijf en de rolstoel weerhouden hem ervan erachteraan te gaan. Vroeger, toen hij nog fit was en die rolstoel er nog niet was, was hij er wel achteraan gegaan. De kans is echter groot dat er toen niets gezegd werd, toen waren mensen eerder onder de indruk van hem dan dat ze hem uitscholden.
Voor het stadhuis kijkt hij naar de trap die naar de deur van de Ridderzaal loopt. "Weet je nog hoe we daar stonden te stralen? Wat een mooie dag was het toen hè? Kom we gaan nog eens op het bordes staan!" Zegt hij enthousiast.
Hij gaat met zijn rug naar de trap staan en met ieder stapje dat hij achteruit omhoog loopt tilt hij de rolstoel ook een trede verder, trede voor trede sleurt hij zichzelf en de rolstoel zo naar boven. "Je bent afgevallen," zegt hij terwijl hij de laatste trede overwint en op het bordes komt. Vorig jaar had ik dit niet gered denk ik. Toen woog je dubbel zoveel.
Daar staat hij dan. Jaren geleden stond hij hier samen, samen met haar, zijn vrouw. Mooie tijden waren dat. Ze straalden, keken naar de kerstboom die wel speciaal voor hun huwelijk leek neergezet. De oude man kijkt over het plein en naar de lege plek naast hem. Overmand door emotie verliest hij zijn balans. Net op tijd vindt zijn achterwerk de zitting van de lege rolstoel.
Posts tonen met het label haarlem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label haarlem. Alle posts tonen
donderdag 7 juni 2012
Aanrijding met een persoon
Bam, kletter, Piep. Stenen vliegen tegen en langs de ruiten van de trein. Een andere trein komt hard toeterend tegemoet en dendert door. Onze trein is vol in de ankers, hotst en botst.
We staan stil, en heel even is het ook doodstil in de volle coupé. Verbazingwekkend toch, Nederlanders houden over het algemeen nooit hun muil. Maar goed, de stilte duurt uiteraard niet lang. Nadat vragende blikken gewisseld zijn van eigenaar komt het krakende antwoord uit de intercom.
Aanrijding met een persoon. Alweer.
Een zucht raast door de trein, van opluchting lijkt het haast. Er is in ieder geval echt iets aan de hand. De reacties die hier op volgen zijn verschillend te noemen, emoties nemen toch even de overhand als het lichaam vol zit met adrenaline van de schrik. Een dame voor mij: “O nee, wat erg, wat erreg.” Terwijl ze haar hoofd hoofdschuddend in haar handen legt. De man daarachter: “Godver! Het is toch niet te geloven!” Waarbij hij zijn hoofd hard naar achteren brengt en tegen de hoofdsteun bonkt en met zijn krant hard op zijn schoot slaat. Verder reageert niemand echt op elkaar. De meeste interactie is er met mensen die er verder helemaal geen ene moer mee te maken hebben.Via de telefoon dus.
Buiten regent het pijpestelen en een blik op de hemel levert niet de gewenste bevestiging op dat dit een tijdelijk buitje betreft. Het is windstil en de lucht zit potdicht. Twee dames achter mij zien de lol van deze situatie wel in en menen lachend dat ze toch wel een gratis bakkie koffie hebben verdiend. "Een bakkie troost", zoals ze er grinnekend en trots op zoveel spitsvondigheid aan toevoegen.
Buiten komt alles op gang nu. Brandweer, politie en ambulance personeel lopen af en aan. Snuffelen onder de trein, overleggen met elkaar en gooien gevonden voorwerpen in een bak met een doek er overheen. Twee jonge meiden overleggen ook met elkaar; welke van de uniformen is het knapst. Je moet wat om de tijd te doden.
De bloemen in het weiland langs het spoor hebben hun mooie kopjes laten hangen, zelfs de klaprozen langs het spoor willen het niet zien, en wenden hun blik af. Voorbij rijdend verkeer blijft juist even stil staan om de, hoogstwaarschijnlijk, fel rode punt van de trein te aanschouwen. Het moet een luguber gezicht zijn. Een bevriende ambulance broeder heeft wel eens gezegd dat het net is alsof er iemand door een vergiet is gedrukt.
Ondertussen heb ik begrepen dat het om een 18 jarige jongen gaat. Hij stuurde zijn ouders nog een laatste sms-je. waarschijnlijk met locatie.
ACHTTIEN jaar!
Eerder op de dag toen ik nog in de trein zat vroeg ik mij nog af wat iemand er toe zou kunnen zetten om zulks te ondernemen. Schulden, werkeloos, je kinderen niet meer kunnen voeden, etc. Allemaal geld gerelateerde zaken, geïndoctrineerd als we allemaal zijn door de financiële crisis. Nu komt er ineens een heel ander palet aan redenen voor de geest. Had hij last van alles verslindend liefdesverdriet? Of werd hij zo erg getreiterd op school dat zijn enige verlichting de dood was? Werd hij misbruikt? Vroeger, of nog steeds. Was hij nog maagd en dacht hij dat dit echt niet meer kon op zijn leeftijd? Hoe het ook zij. Iets was erg genoeg om alle realiteitszin te verliezen. Om geen rekening meer te kunnen houden met machinist, reizigers, lotvallige toeschouwers, zijn ouders.
Hij sprong vanachter een electriciteitshuisje of iets dergelijks het spoor op toen de trein in volle vaart aan kwam razen. Hoeveel treinen zou hij voorbij hebben laten gaan voordat hij deze uitkoos?
Terug in de trein. Het zuchten en steunen begint de overhand te nemen. Er wordt heftig getelefoneerd met leidinggevenden, er worden verhaaltjes in boekjes geschreven, er wordt veel op horloges gekeken. Gedempte gesprekken worden om de haverklap overstemd door laag overrazende vliegtuigen.
Buiten, in de zeikende regen, loopt een puberig meisje over de verlaten landweg. Ze slentert alsof het zonnetje schijnt en weet waar ze heen loopt. Ze is geheel in het zwart gekleed, haar gitzwarte haar steekt hard af tegen haar bleke gezicht. Ze stopt om naar de trein en het tumult te kijken. Ze pakt haar telefoon en maakt een foto, onbewogen. Naast haar een man en een vrouw, jaar of veertig, gearmd, schokkend, ontroostbaar.
We staan stil, en heel even is het ook doodstil in de volle coupé. Verbazingwekkend toch, Nederlanders houden over het algemeen nooit hun muil. Maar goed, de stilte duurt uiteraard niet lang. Nadat vragende blikken gewisseld zijn van eigenaar komt het krakende antwoord uit de intercom.
Aanrijding met een persoon. Alweer.
Een zucht raast door de trein, van opluchting lijkt het haast. Er is in ieder geval echt iets aan de hand. De reacties die hier op volgen zijn verschillend te noemen, emoties nemen toch even de overhand als het lichaam vol zit met adrenaline van de schrik. Een dame voor mij: “O nee, wat erg, wat erreg.” Terwijl ze haar hoofd hoofdschuddend in haar handen legt. De man daarachter: “Godver! Het is toch niet te geloven!” Waarbij hij zijn hoofd hard naar achteren brengt en tegen de hoofdsteun bonkt en met zijn krant hard op zijn schoot slaat. Verder reageert niemand echt op elkaar. De meeste interactie is er met mensen die er verder helemaal geen ene moer mee te maken hebben.Via de telefoon dus.
Buiten regent het pijpestelen en een blik op de hemel levert niet de gewenste bevestiging op dat dit een tijdelijk buitje betreft. Het is windstil en de lucht zit potdicht. Twee dames achter mij zien de lol van deze situatie wel in en menen lachend dat ze toch wel een gratis bakkie koffie hebben verdiend. "Een bakkie troost", zoals ze er grinnekend en trots op zoveel spitsvondigheid aan toevoegen.
Buiten komt alles op gang nu. Brandweer, politie en ambulance personeel lopen af en aan. Snuffelen onder de trein, overleggen met elkaar en gooien gevonden voorwerpen in een bak met een doek er overheen. Twee jonge meiden overleggen ook met elkaar; welke van de uniformen is het knapst. Je moet wat om de tijd te doden.
De bloemen in het weiland langs het spoor hebben hun mooie kopjes laten hangen, zelfs de klaprozen langs het spoor willen het niet zien, en wenden hun blik af. Voorbij rijdend verkeer blijft juist even stil staan om de, hoogstwaarschijnlijk, fel rode punt van de trein te aanschouwen. Het moet een luguber gezicht zijn. Een bevriende ambulance broeder heeft wel eens gezegd dat het net is alsof er iemand door een vergiet is gedrukt.
Ondertussen heb ik begrepen dat het om een 18 jarige jongen gaat. Hij stuurde zijn ouders nog een laatste sms-je. waarschijnlijk met locatie.
ACHTTIEN jaar!
Eerder op de dag toen ik nog in de trein zat vroeg ik mij nog af wat iemand er toe zou kunnen zetten om zulks te ondernemen. Schulden, werkeloos, je kinderen niet meer kunnen voeden, etc. Allemaal geld gerelateerde zaken, geïndoctrineerd als we allemaal zijn door de financiële crisis. Nu komt er ineens een heel ander palet aan redenen voor de geest. Had hij last van alles verslindend liefdesverdriet? Of werd hij zo erg getreiterd op school dat zijn enige verlichting de dood was? Werd hij misbruikt? Vroeger, of nog steeds. Was hij nog maagd en dacht hij dat dit echt niet meer kon op zijn leeftijd? Hoe het ook zij. Iets was erg genoeg om alle realiteitszin te verliezen. Om geen rekening meer te kunnen houden met machinist, reizigers, lotvallige toeschouwers, zijn ouders.
Hij sprong vanachter een electriciteitshuisje of iets dergelijks het spoor op toen de trein in volle vaart aan kwam razen. Hoeveel treinen zou hij voorbij hebben laten gaan voordat hij deze uitkoos?
Terug in de trein. Het zuchten en steunen begint de overhand te nemen. Er wordt heftig getelefoneerd met leidinggevenden, er worden verhaaltjes in boekjes geschreven, er wordt veel op horloges gekeken. Gedempte gesprekken worden om de haverklap overstemd door laag overrazende vliegtuigen.
Buiten, in de zeikende regen, loopt een puberig meisje over de verlaten landweg. Ze slentert alsof het zonnetje schijnt en weet waar ze heen loopt. Ze is geheel in het zwart gekleed, haar gitzwarte haar steekt hard af tegen haar bleke gezicht. Ze stopt om naar de trein en het tumult te kijken. Ze pakt haar telefoon en maakt een foto, onbewogen. Naast haar een man en een vrouw, jaar of veertig, gearmd, schokkend, ontroostbaar.
Labels:
aanrijding met persoon.,
achttien jaar,
coupé,
haarlem,
halfweg,
jongen,
sloterdijk,
springer,
Trein,
zelfmoord
Abonneren op:
Posts (Atom)
