donderdag 24 maart 2011

Mijn gevecht tegen een pijltje

Op de kilometerteller van mijn racefiets zitten verschillende functies. Naast het bijhouden van de huidige snelheid en de afgelegde afstand rekent het apparaat ook mijn gemiddelde snelheid uit. Niets bijzonders allemaal, als je je gemiddelde snelheid niet wilt zien dan druk je op een knop en komt er een ander getal tevoorschijn. Eentje die je vertelt hoeveel kilometers je hebt afgelegd, of hoe laat het is, zeg het maar. Er is echter altijd een pijltje naast de huidige snelheid. Deze wijst omhoog als je boven je gemiddelde snelheid rijdt of naar beneden als je langzamer gaat.

Vandaag was een heerlijke dag om een stukje te fietsen. Zonnetje, aardige temperatuur (ook af te lezen) en niet teveel wind. Vol goede moed en eigenlijk met weinig ambitie om records te breken trok ik eropuit. Door de bollenvelden richting Scheveningen. Het ging lekker, de snelheid was steeds rond de 32 kilometer per uur. Aangezien de weer apps op de telefoon aangaven dat ik onmogelijk wind mee kon hebben in deze richting maakte ik me geen zorgen. De terugweg zou immers dezelfde wind omstandigheden bieden. Lekker, goede benen dus! Ik schakelde een tandje bij want een keer een gemiddelde snelheid van 28 a 29 kilometer per uur is ook wel eens leuk.

In Scheveningen keert het tij. Als ik de duinen in rij voel ik ineens wind uit noordelijke richting, en nog een koude ook. Stug doortrappen, genieten van de omgeving, beetje om me heen kijken. Naar trekje van de duinen is dat de weg niet vlak is. De combinatie wind en oplopende weg doet de snelheid zakken. Het pijltje wijst dus welgevoegelijk naar beneden. Godver. Op de vlakke stukken en naar beneden krijg ik het net voor elkaar om het pijltje omhoog te laten wijzen, nipt. Normaal gesproken is de terugweg bedoeld om op een gemakkelijke manier je gemiddelde omhoog te krikken, niet om te vechten. Iedere wielrenner kijkt namelijk eerst goed waar de wind vandaan komt zodat je die in de rug hebt op de terugweg. Een klassieke fout.

In mijn hoofd vecht ratio met waanzin. De ratio zegt dat 26 ook een mooi gemiddelde is, maar de waanzin zegt dat 27.5 toch echt moet lukken. Ik probeer dus met man en macht met alles wat ik heb harder te fietsen dan 27.5. Ik laat me toch niet verslaan door zo’n stom pijltje?! De omgeving kan me gestolen worden, tegenliggers rij ik van de weg, en oudjes die wel genieten van de omgeving en dat persé over de hele breedte van het fietspad willen doen, krijgen een vloek en een dodelijke blik in het voorbijgaan. Bij Noordwijk kan ik niet meer, het pijltje wijst onverbiddelijk naar beneden, en blijft dat doen.

Het gemiddelde staat inmiddels op 26.8. De wind staat nu schuin in de rug. Ik ga het nog één keer proberen. Met een veel moeite haal ik 30/31 per uur, dus het moet lukken om nog naar 27 gemiddeld te komen (27 is een soort magische grens). Helaas, de scholen zijn net uit, de weg is overal opengebroken, automobilisten rijden in de weg als die kutscholieren het even niet doen. Thuis gekomen durf ik eindelijk naar het gemiddelde te kijken; 26.9 echt waar. Verloren van een pijltje

donderdag 17 februari 2011

De Finale


Welkom bij deze zonovergoten uitvoering van de Boogie extreme. De najaarsklassieker op Nederlandse en Belgische bodem. We pikken de koers op als de renners de finale van de finale in gaan. Het is een mooie en zware dag geweest voor de coureurs. Ondanks dat het een echte gentlemens is geweest tot nu toe zat alles er eigenlijk wel in. De renners gingen zelfs zo ver dat ze gezamenlijk een ketting hebben gerepareerd in het begin van de wedstrijd en hebben gewacht op een stomkop die zijn bidons was vergeten. Het leek er zelfs op dat ze hun stinkende best hebben gedaan om het peloton bij elkaar te houden, we hebben ze uitgebreid zien eten, drinken en plassen op de toppen van de vele colletjes zodat de mannen met slechtere benen terug konden komen. Drie renners springen er tot nu toe in positieve zin tussenuit: Eloy ten bos, Milan de Bie en Rogier van den Eijnde. Al babbelend en geinend reden zij tot nu in de buik van de groep. Commentatoren van dienst zijn M S en M D.

“Nog een meter of 50 en draaien ze de Keutenberg op, het begint meteen met een verschroeiend steil stuk, hier moet je vaart houden om de rest van de relatief makkelijkere klim te kunnen overleven.” Begint D.

“En dan zal het wel afgelopen zijn met gezapige gedoe lijkt me zo, of willen ze gedrieën hand in hand over de finisch?” gaat S verder. “Naar rechts, schakelen, naar links en dan gaat het los. Oei een schakel fout van de Bie, die had ik eigenlijk getipt voor de overwinning!”

“Hij had al vroeg ketting pech, dat kruipt in het hoofd en in de benen. Van den Eijnde is al de hoek om en ziet het niet, die wil de koers hard maken, eindelijk! Ten Bos reed ernaast en gaat hard door, zie je wat ie doet die rat, hij roept naar voren dat ze door moeten rijden! Hahaha. Prachtig. Weg zijn alle afspraken en vriendschappelijkheden.” Gaat D enthousiast te keer.

“Van den Eijnde lijkt een klein gaatje te slaan, dit is wel echt zijn terrein dat zie je duidelijk. Wist je trouwens dat hij bij mij in de straat woont? Echt een Haarlemse mug. Die kan dit, kom op jong!” Informeert S de kijker. “Ze zijn halverwege nu, het ergste is achter de rug maar de benen zijn al drie keer onploft lijkt me zo. Met wat voor hartslag rijden ze nu?

D:“Ik denk dat het wel tegen de 200 zal lopen, en ze zijn er nog niet, de wind staat op kop bovenop en ze moeten daar nog anderhalve kilometer vals plat voordat ze rechtsaf slaan. Dat is niet makkelijk herstellen. Daar kunnen ze die Lange terugpakken. Als de Bie terugkomt. Maar daar ziet het wel naar uit, die is met man en macht aan het terugvechten en komt redelijk snel de keutenberg op.”

S:“Hij is er, nu is het zaak om tempo te gaan maken voor de haarlemmer. Ten Bos zit er toch niet ver achter, die heeft dat grote lijf knap omhoog gewerkt hoor! Van den Eijnde lijkt te wachten, krijgt de grote versnelling niet echt rond. Hij wil waarschijnlijk in het wiel gaan hangen op dit stuk. En gaat dat ook doen.”

D:“Oei, hij houdt het wiel niet. Hij moet een gaatje laten. Ten bos is ook al zo naar de klote dat ie het niet ziet. Het zou verstandiger zijn als ie even zou wachten om die laatste tien km te overleven!” vindt D.

“Zou jij met die Lange naar de Cauberg rijden?” vraagt S. verbaasd.

“In dit geval zou ik het gokken, moet je zien, hij staat bijna stil nu! Hij lijkt wel een toerist!”lacht D.

S: Hij gokt dat Bossie een terugval krijgt en dat die andere haarlemmer terugkomt om er dan samen achteraan te kunnen. Van den Eijnde heeft per slot van rekening de ketting van de Bie gerepareerd. En dan wordt het weer een heel andere finale. Kijk daar is de Bie al, die komt als een duvel uit een doosje langs die Lange. Die schrok er van, zag je dat? Hij springt er achteraan, wat nou kapot! Hij gaat er naast rijden en lijkt te vragen waar dat nou op sloeg. Hij zegt: zit ik daar te wachten rij je me zo voorbij, De Bie gebaart dat ie ‘m niet gezien had, verwonderlijk. “

D: “Dit is echt het oude wielrennen, toneelspel en blufpoker! Haha, prachtig. Maar ze lijken elkaar gevonden te hebben en zetten de achtervolging in. Bietje lijkt de motor te zijn in deze achtervolging, van den Eijnde wil wel overnemen maar dat lukt niet. De koploper komt nu snel in zicht. Jezus wat rijdt die de Bie verschrikkelijk hard! Hij duikt als een tijger op zijn prooi.”

S: “Ze zijn er, en nu? Gaan ze naar elkaar kijken? Ze hebben niets te vrezen van de rest, die zijn in geen velden of wegen te bekennen. Of gaan ze elkaar het snot voor de ogen rijden. Bossie schrikt zich de kolere van de sneltrein die ineens naast ‘m opduikt, en hij ziet ook dat mijn buurman erbij zit. De moed zakt ‘m in de schoenen zo te zien. “

“Ze rijden door, ze gunden ‘m een smerige glimlach en ze rijden door! Niks wachten! Wat een finale, wat gebeurt hier allemaal!” Jubelt D.

S: “Ze zijn nog niet van ‘m af, hij pikt zijn wagonnetje aan. Ze rijden samen naar Valkenburg zo te zien. Dat lijkt me niet slim, van den Eijnde legt ze er met twee vingers in de neus op als het op een sprintje bergop aankomt! Ze rijden kop over kop, volle bak voorruit jongens!”

D:“Daar gaat Bossie, ze rijden elkaar helemaal naar de klote. Ze reageren allebei, van den Eijnde gaat er meteen weer overheen, hopend dat de twee anderen niet meer kunnen. De dood of de gladiolen!”

S:“Alle wieler logica wordt overboord gegooid, we vliegen van het oude wielrennen naar het nieuwe. Tactiek is ver te zoeken. Als ze zo door gaan moeten ze lopend de Cauberg op.”

D: “En ze zijn weer met zijn drietjes. Nu gaat de Bie, ze kijken naar elkaar, Van den Eijnde trekt er een kruis over. Die kan leven met een overwinning van de Bie. Die kennen elkaar ook al zo lang! Met de moed der wanhoop trekt Bossie zich op gang, van den Eijnde kruipt in zijn wiel. Vlak voor de afdaling naar Valkenburg komen ze weer bij elkaar. Ze lachen naar elkaar.“

S: “Nog 1km. afdalen en dan de laatste helling. Van den Eijnde laat een gaatje in de afdaling. Die wil zeker even herstellen, de beentjes los schudden en dan vanachter hun rug, als ze naar elkaar zitten te loeren, er overheen knallen!”

D: “Nou volgens mij is hij gewoon de lichtste en gaat hij dus iets minder hard naar beneden ondanks zijn aerodynamische wielen.”

S: “Ze zijn begonnen, de Bie voorop, ten Bos een paar meter daarachter, en weer daarachter van den Eijnde die best een gat heeft. De Bie geeft alles wat ie nog heeft, Bossie houdt het net zo te zien. Van den Eijnde danst op de pedalen en komt op het steile stuk dichterbij. Gaat ie het halen?”

D: “Als ze niet stilvallen niet vrees ik voor je. Je buurman delft het onderspit vandaag. De Bie trekt grimassen en valt stil, nog 100 meter. Van den Eijnde komt toch weer wat dichter, hij rijdt er 10 meter rijdt achter! Het publiek wordt gek! Ik ga naar buiten, dit moet ik live zien! Ik hou het niet meer!”

S: “Kom op jong, maak jezelf onsterfelijk! O nee, Bossie zet aan en gaat over de Bie heen. Aaaah, het kraakt maar het lukt! Bossie wint, de Bie twee en van den Eijnde drie. Mooie finale, om door een ringetje te halen! Verrassende winaar. Kijk ‘m lachen. En terecht, zijn eerste profkoers en meteen de bloemen! Hier zal in valkenburg nog lang over nagepraat worden!”

zaterdag 22 januari 2011

Bij je verleden op bezoek.

“Hé hallo, hoe gaat het met je?
Ik sta in de deuropening en steek mijn hand uit.
“Goh, dat is lang geleden zeg! Hoelang is dat nu alweer? Zolang alweer? Nou ja, kom lekker binnen.”

Diep van binnen wil ik het liefst mijn armen om haar heen slaan en zeggen dat het allemaal verschrikkelijk is. En verschrikkelijk is het, alleen is mijn verschrikkelijk een andere dan haar verschrikkelijk. We geven elkaar een hand en onze gezichten neigen even naar elkaar. We bedenken ons, te vroeg, ongepast en niet het moment. Ik kijk rond, familieleden die ik al tijden niet heb gezien, staren me vanuit fotolijstjes aan. Ik zie een neef met twee puberende lachende meiden op een grasveld in de buurt. Hij heeft een leeftijd die ik niet heb meegemaakt. De oudste van de twee kinderen heb ik ooit nog op schoot gehad, als baby op één van de laatste zondagen dat ze op de koffie zijn geweest bij mijn vader . Ik zie een nicht die ik alleen maar kende als mijn neef, een neef waar ik erg tegenop keek, die ik wilde zijn (toen). Ik zie een oom, Henk, die er niet meer is. Ik zie hem in een rol die ik niet van hem ken. Hij staat vrolijk iets uit te leggen aan één van zijn kleinkinderen. Hij lacht. Dat is nieuw voor mij denk ik nog. “Ja, hij was dol op zijn kleine meiden,” zegt ze triest. “Altijd was hij met ze in de weer, alsof hij een vader voor ze was. Hij had natuurlijk ook al drie zonen.” Stilte…….. nou ja, twee, uiteindelijk.” Lacht ze schamper.

Aan een andere wand staat een bekend beeld, een aquarium. Ik weet nog goed dat ik daar als kind uren in kon kijken. Vooral de algeneters fascineerden mateloos. Voor het jonge broekie dat ik toen was leken die rare bruine stekelige vissen met hun vreemde zuignappen op buitenaardse wezens. Wezens die helemaal niet thuishoorden in die wonderlijke wereld van zacht wiegende fel groene planten, hysterisch gekleurde visjes en rustgevende kiezels.

“Wat drink je eigenlijk in je koffie jongen?” vraagt ze terecht. Ik schrik op uit mijn herinneringen en realiseer me dat ze nog nooit koffie voor me heeft gezet. Vooral het ‘jongen’ raakt me. Langzaam beginnen de oude verhoudingen weer op hun plek te vallen. “Alleen suiker tante Ria” roep ik naar de keuken. Ze zet de koffie neer, en doet de koektrommel open. Krakelingen, net als vroeger. Koffie, krakelingen, de gezichten van vroeger, ik heb het even zwaar. Ze ziet het en legt een hand op mijn knie. Ik kijk op en zie haar bekende gezicht, haar ogen zijn dezelfde als die ik mij herinner. Droef. Teveel gebeurd, teveel dat niet meer rechtgezet kan worden. Ze gaat naar de keuken om in een pan draadjesvlees te roeren.

Op de vraag waar het ooit is misgegaan komt maar half een antwoord. Geld, luidt de conclusie. Kinderachtigheid is de mijne. Ergens in het leven heeft ze besloten het contact met haar kleine broertje te verbreken. De maat was vol, het moest maar eens van zijn kant komen. “Ach,” zeg ik. “Gelukkig zijn we niet zo koppig met z’n allen.” “Maar hij draaide ook zijn hoofd weg als ik hem tegenkwam.” Zegt ze verontschuldigend. Vreemd, dat verhaal had ik al eens eerder gehoord. Op een ander moment, uit een andere mond. Ik besluit me er niet druk om te maken. Niet meer. Het heeft geen zin. Een pijnlijk misverstand.

We kijken naar een foto van de laatste familiepicknick, genomen niet lang voordat Henk, haar man, overleed. Een gelukkige familie. Al mijn neven en nichten staan erop. Er ontbreken wat gezichten. Mijn vader, mijn zus, ik. We kijken , en worden verdrietig. Alleen is mijn verdriet het hare niet.

maandag 27 december 2010

Mama's draadjevlees!

In zijn nopjes is hij, voor het eerst sinds jaren eet hij niet alleen met de kerst. Al een paar dagen is hij er druk mee. Hij heeft zijn beste pak uit de kast gehaald en voor deze speciale gelegenheid laten stomen. Hij heeft zich zelfs getrakteerd op een nieuwe stropdas. Gisteren is hij ook nog even langs de kapper geweest. Dat was al een tijdje geleden, zijn moeder deed dat altijd maar die heeft hij al jaren niet meer gezien. De laatste keer was met kerst eigenlijk, zo’n tien jaar geleden. Daarna kreeg ze een relatie met die vreselijke kerel. Hij mocht ‘m niet en dat was wederzijds. Tot matten aan toe. Hij had zijn moeder niet meer gezien, en ook geen kapper meer eigenlijk.

Affijn, zijn haar zit weer netjes. Hij durft bijna niet te gaan slapen, bang dat dan zijn hele coupe weer in de war gaat. Niet slapen is natuurlijk geen goed idee, hij moet wel fit zijn voor de grote dag, zit je eindelijk niet alleen kerst te vieren en dan val je halverwege in slaap. Nee, gewoon gaan slapen en dan morgen maar kijken of er nog wat te redden valt.

TRING! TRING! TRING! De grote dag! Hij had moeilijk de slaap kunnen vatten, maar was uiteindelijk toch ingeslapen. Bij het wakker worden grijpt hij eerst naar zijn haar, hij heeft niet gedroomd, zijn lange vette lokken zijn er niet meer. Hij kijkt voorzichtig in de spiegel, het zit niet eens heel wild en het model is nog te herkennen. Pfieuw. Hij gaat zich uitsloven vandaag, heeft al helemaal in zijn hoofd hoe te beginnen met het kerstdiner. Het belangrijkste van koken is timing heeft hij altijd geleerd van zijn moeder. Hij zou de smaak van het draadjesvlees dat zijn moeder vaak maakte nooit vergeten. Al is het al weer jaren geleden dat hij dat heeft gegeten. Vanavond gaat dat dus weer gebeuren. De met zorg uitgezochte sukadelappen moeten al vroeg gebraden worden want hoe langer die staan te sudderen hoe lekkerder ze worden. Verder heeft hij bedacht om er rösti bij te maken, niet uit een pakje maar zelf stevige aardappelen raspen en die langzaam bakken. Uiteraard wordt hier rode kool bij gegeten, met appeltjes en kaneel.

Maar eerst koffie. En een sigaret. “Zouden mijn tafelgenoten eigenlijk ook roken, of er bezwaar tegen hebben als ik rook,” vraagt hij zich bezorgd af. Zal je altijd zien, heb je eindelijk een gezellig avond, lekker eten en een mooi glas wijn, mag je niet roken. Mensen doen momenteel zo spastisch over dat roken, ze denken dat ze er ziek van worden als ze er alleen al naar kijken. Hij zou het wel zien, hij zou zijn avond er niet door laten verpesten in ieder geval. Genietend van zijn verse koffie en zijn eerste sigaret zet hij de computer aan om voor de laatste keer te kijken of al zijn favoriete kerstnummers wel in zijn playlist staan. Hij heeft de lijst de naam, ‘samen kerst 2010’ genoemd. Alle nummers die hij kon bedenken staan er in.

Nog één koffie en een sigaret en dan moest hij maar eens aan het eten gaan beginnen. Hij kan niet het risico lopen dat het vlees nog niet zacht genoeg is. En zoals zijn moeder altijd zei: “te zacht kan het niet worden jongen!” Dat is natuurlijk niet helemaal waar, hij had het ooit 24 uur laten sudderen en toen was er weinig meer van over, maar goed; liever vijf uur dan drie. Hij legt de lappen vlees netjes neer op de snijplank, allemaal met de vetrandjes naar links. Ah, de vetrandjes! Zonder lekker vetrandje geen sappig vlees. Hij bestrooit het vlees met zout en peper, hij weet best dat het beter is dat niet te doen zodat het vlees iets malser blijft maar hij vindt het altijd zo lekker ruiken als het vlees gebraden wordt met peper en zout.

Het vlees begint direct te spetteren als hij het in de hete boter laat glijden. De geur van gebraden vlees bereikt zijn neus en maakt een hoop herinneringen los. Zijn gedachten dreven even af naar de zondagmiddagen in de keuken van oma. Iedereen daar, ooms, tantes, neven, nichten, zusje en papa en mama. Gezellig aan tafel, samen eten. “Nu even niet!” herstelt hij zich. Vandaag even geen ‘memory lane’, vandaag wordt het gezellig, vandaag mag er niets mis gaan. Hij draait het vlees precies op tijd om. Het is mooi bruin gebraden, nu de andere kant nog en dan kan de wijn, het water, de laurierblaadjes en het bouillonblokje erbij. Dan nog een teentje knoflook en vier sjalotjes en dan lekker stoven.

Opfrissen! De aardappelen zijn geraspt en de kool kan zo de pan in. Nog één keer het vlees omroeren en dan lekker wassen en scheren. Fris geschoren komt hij de douche uit, hij heeft zijn mooiste pak aangetrokken en nu komt het moeilijkste. Hij moet zijn nieuwe kapsel goed in model zien te krijgen. Na een uur gefrustreerd prutsen en kneden en kammen maar weer een keer wassen -want teveel gel erin gedaan- zit het eigenlijk heel goed. Zijn nieuwe das laat hij nog even af, eerst het eten afmaken.

Om in de stemming te komen zet hij de kerstmuziek vast aan. Hij heeft acht uur muziek voor vanavond, zolang heeft hij nog nooit met mensen gezeten bedenkt hij zich. Het zou wel leuk zijn als er wellicht een dame de moeite zou nemen de hele lijst af te luisteren vanavond. Hij schenkt een glas wijn in ter ontspanning en rookt nog een sigaret. De Rösti gaat de pan in. De sukadelappen, nu draadjesvlees, zijn perfect, de jus kan afgebonden worden. Alles loopt op rolletjes. Niets kan nog misgaan, dit wordt de leukste kerst sinds jaren. Nog anderhalf uur.

Met de nieuwe stropdas, zijn haren in model en zijn gladgeschoren gezicht voelt hij zich helemaal het mannetje. Het eten kan worden opgediend, het is bijna zover. Hij heeft zijn computer aangesloten op zijn nieuwe LED televisie,zodat hij zijn ‘gasten’ goed kan zien. Hij logt in op de website www.nooitmeereeneenzamekerst.nl. Hij heeft een tafel gereserveerd in dit restaurant, samen met zeven anderen zit hij aan tafel. De moderator heeft de mensen volgens allerlei ingewikkelde formules en statistieken aan elkaar gekoppeld. Leeftijd, naam, hobby’s, wie zal het zeggen.

Er komt een vrouw aan tafel, ze is na hem de eerste. Niet vreemd dus dat ze met elkaar in gesprek gaan. Ze kan hem al zien: “Wat zit je haar leuk!” zegt ze. Hij bloost, wordt warm van binnen. Op het moment dat haar webcam aangaat staat zijn hart stil, verslikt zich in zijn wijn. Hij kent die vrouw, dat haar, die neus, die mond…… “Mama?”

woensdag 8 december 2010

The Deerhunter



Fuck! Die staan echt dichtbij! Zelfs zo dichtbij dat ik bijna onderuit glijd van de schrik, en het harde remmen. In mijn linkerooghoek zag ik ze ineens staan. Een groep, (kudde?) edelherten. Allemaal springlevend en rustig grazend tussen de kale bomen. De grootste kijkt even op en staart met zijn grote bruine ogen wild kauwend aan. Verderop staan twee wat jongere mannetjes herten wild te bepalen wie de gunsten van het enige vrouwtje mag hebben.

Het mooiste van fietsen door het bos in de winter is dat je dit soort dingen tegenkomt. Met -3 blijven de meeste mensen binnen, en is ‘the wildlife’ ook wat meer op zijn gemak. Verder zullen ze zich ook wel niet zo druk maken omdat het gewoon erg koud is en ze hun energie wel beter kunnen gebruiken. Ik sta stil met de fiets in mijn hand, wat te doen. Ik wil wel een foto maken. Eerst maar een slok, ondanks de kou ben ik toch wel warm geworden. Mijn bidon bevat ondertussen een Calippo Isostar en ik moet hard knijpen om er iets uit te krijgen. Ik besluit het erop te wagen.

Met een hoop gehannes pak ik mijn telefoon uit het achterzakje van fietsjas, dat heel handig onder een windjack zit. Dus eerst jasje omhoog, met dikke handschoenen aan zoeken naar het juiste vakje op mijn rug en dan de telefoon zien te pakken. Ondertussen blijven de herten rustig staan, ik zweet me het apelazerus en mijn zonnebril beslaat. Ik probeer alles zo rustig mogelijk te doen, krampachtig dus. Nu de telefoon nog.
De grote knop onderaan kan ik nog vinden, maar dan het schuifje op het touchscreen van mijn iPhone. Heb ik zo mijn best gedaan om mijn handschoenen aan te kunnen houden, moet er toch ééntje uit! Handschoen uit, bril af en telefoon in de aanslag. Ietsje dichterbij nog om een mooier plaatje te schieten. Één stapje, nog een stapje. Nog ééntje dan. Ze vinden het wel welletjes en blazen de aftocht, op precies dezelfde afstand als die ik dichterbij ben gekomen blijven ze weer staan. Ze kijken naar me, arrogantjes, en grazen rustig, tussen de bevroren sneeuw, door.

Ik doe weer een stapje, de grootste richt zich op en wijst zijn gigantische gewei mijn kant op, hij snuift. Verstijft probeer ik toch op de telefoon te drukken om een foto te nemen. De zoeker probeert zijn weg te vinden tussen de vele bomen.... Niet scherp, poging twee! Hij is het poseren al weer zat en negeert me nu totaal, zich bewust van zijn overwicht. Klik, ze staan erop, rustig grazend tussen de bruine boompjes, bijna onzichtbaar.

Passend werk

Goedemorgen allemaal! Ik pakte rustig mijn treinkaartje om het te laten knippen. Hij pakte het aan, keek ernaar en gaf het terug. Het was niet de conducteur, maar een vriendelijke medereiziger. Met een uiterst tevreden gezicht liep hij naar een plekje, een beetje schuin nam hij plaats, keek tevreden om zich heen, trok zijn jasje uit en sloeg zijn benen over elkaar. Hij slaakte een diepe tevreden zucht en knikte overdreven vriendelijk naar iedereen die in zijn gezichtsveld zat. Thuis zou je zo in je luie stoel gaan zitten na een lange dag hard werken, bij een knapperend haardvuur.
Het is 9.30 uur, de koffie kiosk draait nog overuren. Iedereen was op weg naar zijn werk. In zijn tas, een ‘weg met neutronen bommen’ geval, zag ik een broodtrommeltje, een melkbeker met schroefdop, en een appel.
Om het genieten te benadrukken produceerde hij bij alles wat hij deed een geluidje.
-Hij pakte de krant. “Zo.”
-Hij sloeg de pagina om. “mmmmm”
-Hij vouwde de krant weer dicht. “hè hè”

Dit deed hij met alle drie de gratis kranten, die hij na het lezen aanbood aan de medereizigers, die overigens weinig moesten hebben van deze aandacht en dieper in hun eigen krant doken. We waren al tien minuten onderweg en ik zat met drie krantjes
Af en toe keek hij over zijn leesbrilletje en gaf iedereen die daar behoefte aan had, of toevallig oogcontact had, een bemoedigende blik. Na de kranten keek hij uit het raam naar buiten en zwaaide naar de koeien en tekende ze na in de wasem die zijn adem naliet.

Hij was zorgeloos vrolijk met oog voor anderen. Het was een genot om naar te kijken. Zo moest het leven bedoeld zijn: Genieten van alles om je heen, zonder zorgen!!
We waren bijna bij het eindstation de man keek op zijn horloge en knikte tevreden, we reden op tijd. En hij was op tijd op zijn werk. Hij had zijn pasje al op zijn jas gespeld. Paswerk.

dinsdag 30 november 2010

Huil Televisie

Voor het eerst mag ik op mijn kleine nichtje passen. Net één jaar oud, zal ze dus (hopelijk) de meeste tijd slapen. Desalniettemin voelt dit is als de belangrijkste taak die ik ooit heb gehad en ben ik best wel een beetje zenuwachtig. Beelden van de meest verschrikkelijke poepluiers en om het hardst krijsende kinderen houden mij al een paar nachten wakker.

We beginnen gezellig bij oma, lekker alle speeltjes uit de mand gooien en dan op mijn schoot leggen en dan heel hard lachen. En dat een paar keer achter elkaar. Hilarisch! Elin vind zichzelf, terecht, al een hele grote meid en dus moet ze met alle geweld zelf eten! Dat gaat dus niet, ome Rogier schiet te hulp en krijgt het lepeltje via neus en kin toch in het mondje. Het hapje dat oma heeft uitgekozen valt ook niet echt in de smaak. Vier happen klaar. Dan maar zelf een banaan eten……..juist. Gelukkig is oma er nog om dat geklieder op te ruimen.

Bedtijd! Die kleine is ondertussen zo moe dat niets meer leuk is. Er moeten nog twee kleine dingen gebeuren, dingen die sowieso niet op veel waardering kunnen rekenen: luier verschonen, met alle gedoe die daarbij komt kijken, en tandjes poetsen. Deel één gaat nog wel, maar het tandenpoetsen.., gillen, schreeuwen en tranen met tuiten. Liefste oom van de wereld kan ik nu wel vergeten
Ze slaapt bijna gelijk in, drie of vier krachtige uithalen die genegeerd dienen te worden, riep oma nog net in de deuropening, en toen was het stil. Muisstil. Doodstil en heel erg stil. Stiekem hoopte ik dat ze een beetje moest huilen en dat ze dan beneden op de bank of liever nog bij mij op schoot in slaap valt. Maar ook omdat ik dan weet dat ze er nog is.

Oké, dat is dat. En nu? Ik maak koffie, doe mijn schoenen uit, zet de tv aan en ga op de bank zitten. De kat vindt het allemaal wel gezellig en komt er bij liggen. Na vijftien minuten denk ik iets te horen boven, een soort huiltje. Hart in mijn keel en een blok in mijn maag. Ik spoed me zo zachtjes mogelijk naar boven, tot Elin d’r slaapkamer. Ik leg mijn oor tegen de deur, niets. Ben ik te laat? Deze gedachte schud ik van me af, “stel je niet zo aan,” zeg ik tegen mezelf.

Beneden staat de kat me verbaasd aan te kijken. Ik ga weer zitten, schenk wat in en zet het geluid van de tv weer aan. Staat ie niet te hard? Ik zet m zo zacht mogelijk. Na weer vijftien minuten denk ik weer iets te horen. Ik zet het geluid van de tv uit, beneden is niets te horen. Ik open de kamerdeur zodat ik het iets beter kan horen. Niets. Ik verman mezelf, doe de deur weer dicht en zet de tv weer aan.
Ik zet het volgende uren nog minstens dertig keer het geluid uit maar ga niet meer als een malle naar boven. Totdat ik opeens toch echt denk dat ik gehuil hoor. Stond de tv dan toch te hard? Ik zet m weer uit maar hoor niets meer. Deze keer kan ik mezelf niet bedwingen, ik loop zo snel en zo zacht (voor het geval dat) als ik maar kan naar boven, overtuigd van mijn gehoor ga ik toch maar kijken. Ik hoorde namelijk weer niets, maar stel dat ik het te laat hoorde en dat..langzaam sluip ik naar haar wiegje, en dan hoor ik het mooiste geluid van de avond! Tussen het in en uit ademen door hoor ik een klein snurkje gevolgd door een zacht smakken. Ze ligt heerlijk te slapen, wetende dat er heel erg goed op haar gelet wordt.

Beneden gekomen zet ik het geluid van de tv weer aan en ga met een gerust hart languit op de bank liggen en vraag me af wie toch die huilende kindergeluidjes in de tv stopt.