Glibberend en glijdend baan ik mij een weg richting het station. De zon van gisteren en de vorst van vannacht hebben de sneeuw veranderd in een ijslaag op sommige plekken. Daar had ik dus geen rekening mee gehouden en ik doe er derhalve vijf minuten langer over om het station te bereiken. Ik mis mijn trein, op zich is dit niet zo erg, er gaat een paar minuren later nog een trein en dan ben ik ook nog op tijd op mijn werk.
Nipt weliswaar.
De trein slaat in volle vaart station Haarlem Spaarnwoude over. ‘Lekker,’ denk ik nog. ‘dat scheelt weer een paar minuten.’ Waarna de trein abrupt, meedogenloos en schokkend begint te remmen. Piepend en scheurend komt de trein tot stilstand, de grote Surinaamse familie voor mij ligt door elkaar heen. De goed verpakte broodjes hete kip vullen de coupé, met exotische geuren. Een doos speelgoed valt luid klaterend op de grond als de trein met een laatste kreunende schok echt tot stilstand komt.
Wat rest is stilte. Iedereen houdt zijn adem in.
De stilte wordt onderbroken door veelal vragende zinnen van de inzittenden. ‘Wat is er in hemelsnaam gebeurd?’ is doorgaans de strekking van de vragen.
Een krakende en twijfelende stem klinkt overduidelijk geschrokken vervolgens over de intercom……..Beste reizigers, wij hebben helaas een aanrijding met een persoon gehad. Wij volgen vanaf nu het protocol voor deze situaties. Dit kan helaas wel anderhalf uren. Wij vragen uw begrip voor deze situatie en wij zullen u zo goed mogelijk op de hoogte houden van de stand van zaken. Nogmaals onze excuses en bij voorbaat dank voor uw begrip.
Fuck! Vloek ik zacht, dat horten en stoten kwam dus doordat er een lichaam onder de trein lag. Een koude rilling trekt door mijn lijf. De commotie in de coupé zwelt ondertussen aan. Telefoons worden uit zakken gediept, wachtenden worden gebeld. Met een vreemd soort enthousiasme vertelt de man naast mij waarom hij te laat gaat komen. De Surinaamse familie raakt lichtelijk in paniek: “Dat geloof je toch niet! Uitgerekend op de dag dat je gedoopt gaat worden gebeurd dit. Het is toch ongelooflijk! Niet te geloven gewoon. Waren we maar niet in Haarlem gebleven gisteren, dan had je gewoon op tijd voor de heer kunnen verschijnen. Echt ongelooflijk,” jammert de vrouw naar haar kleinzoon, die ook duidelijk teleurgesteld is.
Tja. Geloof. Als ik een ploeg ambulancebroeders en een handvol agenten kijkend onder de trein voorbij zie lopen weet ik zeker dat dit in ieder geval wel echt is….
Ze blijven ter hoogte van mijn raam staan en pakken een handschoen op. Ze kijken me bewust niet aan. Pakken de handschoen in en lopen gebukt en loerend onder de trein verder. Nog meer mensen in allerlei uniformen verzamelen zich langs de trein, druk discussierend en wijzend. Er ligt daar dus iemand, maar waarom? Was het slachtoffer radeloos, zag hij of zij er geen gat meer en kon maar aan één ding denken? Had het leven deze ziel zo beschadigd dat deze chaos, en wellicht ook irritatie, een verlichting betekende? Of was hier sprake van een noodlottig ongeval? Gleed er iemand uit over een glad stukje perron juist op het moment dat de trein in volle vaart aan kwam rijden? We reden tenslotte langs station Haarlem Spaarnwoude, niet de ideale plek om voor een trein te springen lijkt me.
Alle hoop dat het slachtoffer wellicht nog in leven is vervliegt als er over het andere spoor een karretje komt langsrijden met daarop een kunststof doodskist. Voortgeduwd door een statig uitziende man in een zwart pak, gevolgd door een net zo neutraal kijkende vrouw in hetzelfde pak.
Ik huiver.
De intercom meldt weer krakend dat we bijna verder kunnen.
Na een kwartier komt de trein krakend in beweging. Langzaam rijden we langs de groep mensen die zo plotseling en ongevraagd werd belast met deze tragedie. De lijkschouwer klikt de laatste sluiting van de kist dicht. Ik denk aan de machinist. Ik neem welgevoegelijk aan dat het niet dezelfde is als de man die anderhalf uur eerder krampachtig op de rem trapte om tegen beter weten in op tijd stil te staan. Desalniettemin zal deze man ook niet op zijn gemak de trein richting Amsterdam rijden…...
De trein vertoont nog sporen van het slachtoffer als we aankomen in Amsterdam, lange vegen bloed lopen langs het geel van het eerste treinstel. Iedereen kijkt en is even stil. De omroepster herhaalt nog maar eens dat er geen treinverkeer mogelijk is vanwege een aanrijding met een persoon.
Gezucht en gesteun en gevloek. Ik vlucht het station uit.
Op de terugweg denk ik weer aan de heenreis. Ter hoogte van de bewuste plek kijk ik uit het raam, zou er nog iets te zien zijn? Ligt er een bloemetje? Is er iets terug te zien van wat er gebeurd is? Ik kijk harder dan ik ooit gekeken heb, op zoek naar iets. Niets is er terug te zien van het eerder afgespeelde drama. Op het perron van het bewuste station staan mensen te wachten, te dicht langs de rand naar mijn zin. Ze willen naar huis, logisch. Verder is er niets, geen afzetlint, geen gewoel in de sneeuw. Er is net een nieuwe laag gevallen, alle sporen zijn ondergesneeuwd. Het gewone leven heeft weer gewonnen.
Posts tonen met het label treinen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label treinen. Alle posts tonen
zondag 12 februari 2012
zondag 18 december 2011
Ingezonden brief
-Reactie op column in de pers van Maandag 19-12-2011-
Ik rij altijd met de trein,. Niet omdat ik geen ander vervoer heb, maar omdat ik het leuk vind om naar mensen te kijken te raden wat er hun omgaat. Hoe drukker de trein, hoe meer keus. Mij krijg je dus niet gek met een vertraging. Het jaargetijde van vierkante wielen is voor mij een feest.
Ik zie heel Nederland vertegenwoordigd en verzameld in deze gouden kokon. Zo is er de doorgewinterde treinreiziger met een persoonlijk coffee-to-go mok, krantje en een toegeëigende plek. De giechelende tieners met hun telefoons vergroeid aan hun vlugge vingertjes. Het oude echtpaar, op zoek naar een leuk museumpje en een verliefde stelletje op hun eerste date.
Toen ik van de week mijn ogen de vrije loop liet terwijl de trein bibberend tot stilstand kwam, zag ik het volgende; een jongen keek me vanuit een andere trein aan. Met een grote grijns op zijn gezicht alsof hij rechtstreeks weggelopen was uit ‘Het feest der herkenning’. Grappig, iemand die direct contact zocht, dat maak ik niet vaak mee.
Ik vroeg me af wat hem zo vrolijk maakte en teken een vraagteken op het raam. Hij beantwoordt dit met een uitroepteken en een vraagteken. Daar had ik dus niets aan. Ik trek de stoute schoenen aan en begin als een stoomboot het raam te bevochtigen. Zijn verhaal intrigeert me en wil hem mijn nummer geven voor het vervolg. Ik concentreer me op mijn spiegelschrift, maar hij ziet het al niet meer, de trein is op tijd...
Al lezend in de Pers kom ik bovenstaand verhaal tegen. Kan niet anders dan dat zijn verhaal over mij ging. Alleen ken ik hem niet, maar wilde jullie wel de andere kant van het treinverhaal laten weten. Wat heerlijk dat er mensen zijn die hun verhalen opschrijven, zo gebeurt er nog eens wat...
Ik rij altijd met de trein,. Niet omdat ik geen ander vervoer heb, maar omdat ik het leuk vind om naar mensen te kijken te raden wat er hun omgaat. Hoe drukker de trein, hoe meer keus. Mij krijg je dus niet gek met een vertraging. Het jaargetijde van vierkante wielen is voor mij een feest.
Ik zie heel Nederland vertegenwoordigd en verzameld in deze gouden kokon. Zo is er de doorgewinterde treinreiziger met een persoonlijk coffee-to-go mok, krantje en een toegeëigende plek. De giechelende tieners met hun telefoons vergroeid aan hun vlugge vingertjes. Het oude echtpaar, op zoek naar een leuk museumpje en een verliefde stelletje op hun eerste date.
Toen ik van de week mijn ogen de vrije loop liet terwijl de trein bibberend tot stilstand kwam, zag ik het volgende; een jongen keek me vanuit een andere trein aan. Met een grote grijns op zijn gezicht alsof hij rechtstreeks weggelopen was uit ‘Het feest der herkenning’. Grappig, iemand die direct contact zocht, dat maak ik niet vaak mee.
Ik vroeg me af wat hem zo vrolijk maakte en teken een vraagteken op het raam. Hij beantwoordt dit met een uitroepteken en een vraagteken. Daar had ik dus niets aan. Ik trek de stoute schoenen aan en begin als een stoomboot het raam te bevochtigen. Zijn verhaal intrigeert me en wil hem mijn nummer geven voor het vervolg. Ik concentreer me op mijn spiegelschrift, maar hij ziet het al niet meer, de trein is op tijd...
Al lezend in de Pers kom ik bovenstaand verhaal tegen. Kan niet anders dan dat zijn verhaal over mij ging. Alleen ken ik hem niet, maar wilde jullie wel de andere kant van het treinverhaal laten weten. Wat heerlijk dat er mensen zijn die hun verhalen opschrijven, zo gebeurt er nog eens wat...
Labels:
de Pers,
flirt,
NS,
treinen,
Tudeconnes.blogspot.com
woensdag 14 december 2011
Onbereikbaar dichtbij
-Column in de Pers van maandag 19-12-2011-
De trein komt tot stilstand, het volgende station is net zo ver als het vorige. We staan in het niemandsland van de NS. Vanuit tegengestelde richting komt een andere trein aanrijden.
Stapvoets.
De trein is rustig, de zon staart me glazig aan. Ik kruip in mijn jas en terug in mijn leven. De counting Crows brengen me vanuit mijn koptelefoon terug naar mijn eerste studiejaar in Amsterdam. Waarin ik leerde wat echt doordrinken is, wat nachten overslaan inhoudt en waar ik leerde hoe een vrouwenlichaam er in het bloot uit ziet.
De tegemoet komende trein komt tot stilstand.
En ja ik kijk recht in het gezicht van een vrouw, ze is mooi, Ik ken haar. Voor ik het weet heb ik een glimlach losgelaten. Ze lacht terug, vragend. Ze kan me ook onmogelijk herkennen. Al het haar dat ik ooit had is al lang in het doucheputje verdwenen en we zijn zo’n 19 jaar verder. De tijd heeft nog niet veel grip op haar gekregen, ze ziet er nog bijna net zo uit als ik haar mij meen te herinneren.
Josephine. Haar naam stond dik in het rood op de onderkant van een trap gespoten in de flat waar we de nacht samen doorbrachten. Toevallig, want niet haar flat. Op één of ander feestje kwam ze vragen wat ik daar in godsnaam deed.Ze was mooi. En lachte lief tijdens de toch wat dwingende vraag. Aangeschoten en overmoedig als ik was zei ik dat ik naar haar op zoek was. Ze zoende me en ging mee. Mijn eerste blote vrouwen lichaam.
Ze ademt hard op het raam, met open mond, iets wat er gek uit ziet totdat de wasem ook daadwerkelijk op het raam zit. Ze tekent een vraagteken. “Hoe gaat het met je?” Denk ik er uit te moeten opmaken.
Ik bewasem het raam en teken een uitroepteken ten teken dat het goed gaat. Meteen daarnaast een vraagteken om te vragen hoe het met haar is, ervan overtuigd dat we elkaar herkent hebben.
Ze kijkt me niet begrijpend aan terwijl mijn trein langzaam maar onherroepelijk in beweging komt.
De trein komt tot stilstand, het volgende station is net zo ver als het vorige. We staan in het niemandsland van de NS. Vanuit tegengestelde richting komt een andere trein aanrijden.
Stapvoets.
De trein is rustig, de zon staart me glazig aan. Ik kruip in mijn jas en terug in mijn leven. De counting Crows brengen me vanuit mijn koptelefoon terug naar mijn eerste studiejaar in Amsterdam. Waarin ik leerde wat echt doordrinken is, wat nachten overslaan inhoudt en waar ik leerde hoe een vrouwenlichaam er in het bloot uit ziet.
De tegemoet komende trein komt tot stilstand.
En ja ik kijk recht in het gezicht van een vrouw, ze is mooi, Ik ken haar. Voor ik het weet heb ik een glimlach losgelaten. Ze lacht terug, vragend. Ze kan me ook onmogelijk herkennen. Al het haar dat ik ooit had is al lang in het doucheputje verdwenen en we zijn zo’n 19 jaar verder. De tijd heeft nog niet veel grip op haar gekregen, ze ziet er nog bijna net zo uit als ik haar mij meen te herinneren.
Josephine. Haar naam stond dik in het rood op de onderkant van een trap gespoten in de flat waar we de nacht samen doorbrachten. Toevallig, want niet haar flat. Op één of ander feestje kwam ze vragen wat ik daar in godsnaam deed.Ze was mooi. En lachte lief tijdens de toch wat dwingende vraag. Aangeschoten en overmoedig als ik was zei ik dat ik naar haar op zoek was. Ze zoende me en ging mee. Mijn eerste blote vrouwen lichaam.
Ze ademt hard op het raam, met open mond, iets wat er gek uit ziet totdat de wasem ook daadwerkelijk op het raam zit. Ze tekent een vraagteken. “Hoe gaat het met je?” Denk ik er uit te moeten opmaken.
Ik bewasem het raam en teken een uitroepteken ten teken dat het goed gaat. Meteen daarnaast een vraagteken om te vragen hoe het met haar is, ervan overtuigd dat we elkaar herkent hebben.
Ze kijkt me niet begrijpend aan terwijl mijn trein langzaam maar onherroepelijk in beweging komt.
woensdag 8 december 2010
Passend werk
Goedemorgen allemaal! Ik pakte rustig mijn treinkaartje om het te laten knippen. Hij pakte het aan, keek ernaar en gaf het terug. Het was niet de conducteur, maar een vriendelijke medereiziger. Met een uiterst tevreden gezicht liep hij naar een plekje, een beetje schuin nam hij plaats, keek tevreden om zich heen, trok zijn jasje uit en sloeg zijn benen over elkaar. Hij slaakte een diepe tevreden zucht en knikte overdreven vriendelijk naar iedereen die in zijn gezichtsveld zat. Thuis zou je zo in je luie stoel gaan zitten na een lange dag hard werken, bij een knapperend haardvuur.
Het is 9.30 uur, de koffie kiosk draait nog overuren. Iedereen was op weg naar zijn werk. In zijn tas, een ‘weg met neutronen bommen’ geval, zag ik een broodtrommeltje, een melkbeker met schroefdop, en een appel.
Om het genieten te benadrukken produceerde hij bij alles wat hij deed een geluidje.
-Hij pakte de krant. “Zo.”
-Hij sloeg de pagina om. “mmmmm”
-Hij vouwde de krant weer dicht. “hè hè”
Dit deed hij met alle drie de gratis kranten, die hij na het lezen aanbood aan de medereizigers, die overigens weinig moesten hebben van deze aandacht en dieper in hun eigen krant doken. We waren al tien minuten onderweg en ik zat met drie krantjes
Af en toe keek hij over zijn leesbrilletje en gaf iedereen die daar behoefte aan had, of toevallig oogcontact had, een bemoedigende blik. Na de kranten keek hij uit het raam naar buiten en zwaaide naar de koeien en tekende ze na in de wasem die zijn adem naliet.
Hij was zorgeloos vrolijk met oog voor anderen. Het was een genot om naar te kijken. Zo moest het leven bedoeld zijn: Genieten van alles om je heen, zonder zorgen!!
We waren bijna bij het eindstation de man keek op zijn horloge en knikte tevreden, we reden op tijd. En hij was op tijd op zijn werk. Hij had zijn pasje al op zijn jas gespeld. Paswerk.
Het is 9.30 uur, de koffie kiosk draait nog overuren. Iedereen was op weg naar zijn werk. In zijn tas, een ‘weg met neutronen bommen’ geval, zag ik een broodtrommeltje, een melkbeker met schroefdop, en een appel.
Om het genieten te benadrukken produceerde hij bij alles wat hij deed een geluidje.
-Hij pakte de krant. “Zo.”
-Hij sloeg de pagina om. “mmmmm”
-Hij vouwde de krant weer dicht. “hè hè”
Dit deed hij met alle drie de gratis kranten, die hij na het lezen aanbood aan de medereizigers, die overigens weinig moesten hebben van deze aandacht en dieper in hun eigen krant doken. We waren al tien minuten onderweg en ik zat met drie krantjes
Af en toe keek hij over zijn leesbrilletje en gaf iedereen die daar behoefte aan had, of toevallig oogcontact had, een bemoedigende blik. Na de kranten keek hij uit het raam naar buiten en zwaaide naar de koeien en tekende ze na in de wasem die zijn adem naliet.
Hij was zorgeloos vrolijk met oog voor anderen. Het was een genot om naar te kijken. Zo moest het leven bedoeld zijn: Genieten van alles om je heen, zonder zorgen!!
We waren bijna bij het eindstation de man keek op zijn horloge en knikte tevreden, we reden op tijd. En hij was op tijd op zijn werk. Hij had zijn pasje al op zijn jas gespeld. Paswerk.
Abonneren op:
Posts (Atom)