Posts tonen met het label NS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NS. Alle posts tonen

zondag 18 december 2011

Ingezonden brief

-Reactie op column in de pers van Maandag 19-12-2011-

Ik rij altijd met de trein,. Niet omdat ik geen ander vervoer heb, maar omdat ik het leuk vind om naar mensen te kijken te raden wat er hun omgaat. Hoe drukker de trein, hoe meer keus. Mij krijg je dus niet gek met een vertraging. Het jaargetijde van vierkante wielen is voor mij een feest.
Ik zie heel Nederland vertegenwoordigd en verzameld in deze gouden kokon. Zo is er de doorgewinterde treinreiziger met een persoonlijk coffee-to-go mok, krantje en een toegeëigende plek. De giechelende tieners met hun telefoons vergroeid aan hun vlugge vingertjes. Het oude echtpaar, op zoek naar een leuk museumpje en een verliefde stelletje op hun eerste date.
Toen ik van de week mijn ogen de vrije loop liet terwijl de trein bibberend tot stilstand kwam, zag ik het volgende; een jongen keek me vanuit een andere trein aan. Met een grote grijns op zijn gezicht alsof hij rechtstreeks weggelopen was uit ‘Het feest der herkenning’. Grappig, iemand die direct contact zocht, dat maak ik niet vaak mee.
Ik vroeg me af wat hem zo vrolijk maakte en teken een vraagteken op het raam. Hij beantwoordt dit met een uitroepteken en een vraagteken. Daar had ik dus niets aan. Ik trek de stoute schoenen aan en begin als een stoomboot het raam te bevochtigen. Zijn verhaal intrigeert me en wil hem mijn nummer geven voor het vervolg. Ik concentreer me op mijn spiegelschrift, maar hij ziet het al niet meer, de trein is op tijd...

Al lezend in de Pers kom ik bovenstaand verhaal tegen. Kan niet anders dan dat zijn verhaal over mij ging. Alleen ken ik hem niet, maar wilde jullie wel de andere kant van het treinverhaal laten weten. Wat heerlijk dat er mensen zijn die hun verhalen opschrijven, zo gebeurt er nog eens wat...

woensdag 14 december 2011

Onbereikbaar dichtbij

-Column in de Pers van maandag 19-12-2011-
De trein komt tot stilstand, het volgende station is net zo ver als het vorige. We staan in het niemandsland van de NS. Vanuit tegengestelde richting komt een andere trein aanrijden.

Stapvoets.

De trein is rustig, de zon staart me glazig aan. Ik kruip in mijn jas en terug in mijn leven. De counting Crows brengen me vanuit mijn koptelefoon terug naar mijn eerste studiejaar in Amsterdam. Waarin ik leerde wat echt doordrinken is, wat nachten overslaan inhoudt en waar ik leerde hoe een vrouwenlichaam er in het bloot uit ziet.

De tegemoet komende trein komt tot stilstand.

En ja ik kijk recht in het gezicht van een vrouw, ze is mooi, Ik ken haar. Voor ik het weet heb ik een glimlach losgelaten. Ze lacht terug, vragend. Ze kan me ook onmogelijk herkennen. Al het haar dat ik ooit had is al lang in het doucheputje verdwenen en we zijn zo’n 19 jaar verder. De tijd heeft nog niet veel grip op haar gekregen, ze ziet er nog bijna net zo uit als ik haar mij meen te herinneren.

Josephine. Haar naam stond dik in het rood op de onderkant van een trap gespoten in de flat waar we de nacht samen doorbrachten. Toevallig, want niet haar flat. Op één of ander feestje kwam ze vragen wat ik daar in godsnaam deed.Ze was mooi. En lachte lief tijdens de toch wat dwingende vraag. Aangeschoten en overmoedig als ik was zei ik dat ik naar haar op zoek was. Ze zoende me en ging mee. Mijn eerste blote vrouwen lichaam.

Ze ademt hard op het raam, met open mond, iets wat er gek uit ziet totdat de wasem ook daadwerkelijk op het raam zit. Ze tekent een vraagteken. “Hoe gaat het met je?” Denk ik er uit te moeten opmaken.
Ik bewasem het raam en teken een uitroepteken ten teken dat het goed gaat. Meteen daarnaast een vraagteken om te vragen hoe het met haar is, ervan overtuigd dat we elkaar herkent hebben.

Ze kijkt me niet begrijpend aan terwijl mijn trein langzaam maar onherroepelijk in beweging komt.